|
Microphtalmie Te klein aangelegde oogbol (normaal 23/24 mm in doorsnede)
ECVO: gezien bij 25 dieren, zeer laag percentage
Keratoconjunctivitis Sicca Afwijking waarbij het hoornvlies en de bindvliezen droog worden doordat de traanklier onvoldoende functioneert, er komt onvoldoende aanmaak van traanvocht over de oogbol heen, dit kan behoorlijk vervelende afwijkingen geven waarbij een droge neus voorkomt, plus pus op het oog komt te zitten. De hond heeft constant branderige ogen, een erg irritante aandoening voor de hond. Als het hoornvlies lang geïrriteerd wordt gaan er bloedvaatjes ingroeien, er komt vocht uittreding en littekenweefsel, op den duur wordt de hond blind.
Klier van het derde ooglid
Er zit een klier aan de basis, een klier met het kraakbeentje erin zit aan de binnenkant van de oogkas verankert, maar zodanig dat hij erover heen kan schuiven, er is een zekere mate van slapheid. Als ’t te slap wordt en de verbinding verbreekt, dan klapt de basis om en komt de klier naar buiten en zwelt op. Dit is een hyperplastische klier, ofwel cherry eye. Bij rassen met een kortere kop zoals de amie komt dit vaker voor.
Entropion Afwijking waarbij het ooglidrand naar binnen toe komt te liggen. In Nederland lijkt de aandoening bij amies niet veel voor te komen (weinig statistische gegevens over bekend). De haren van de buitenkant zitten tegen het derde ooglid aan, en de haren in de buitenhoek komen tegen de oogbol aan, wat mateloos irriteert.
Ectropion/macroblepharon De oogrand hangt naar buiten toe uit en de oogspleet is te lang (normaal is 34/35 mm, bij ectropion kan dat 40/45 mm zijn). Komt veel bij Sint Bernards, bij Leonbergers voor. De aandoening is door middel van een ingreep goed te verhelpen.
Distichiasis
Een bij de Amerikaanse cocker spaniel veel voorkomende aandoening: haar aan de binnenkant van een ooglid, dat irritatie geeft op het hoornvlies. De haar kan uitgetrokken worden, waarna de irritatie over is, maar het haartje kan net als hoofdhaar weer teruggroeien. Als de haren tegen de oogbol irriteren, komen er slijmpropjes, ook kunnen er vaten in het hoornvlies door de irritatie ontstaan. Voor rassen met hardere, ruwharige vachten is dit een lastige aandoening. Bij de Amerikaan is de vacht zachter en levert de aandoening iets minder problemen op. ’t Geeft extra tranen en meer traanstrepen. Voor definitieve verwijdering kan ’t haarzakje o.a. kapot gebrand worden. Er zijn diverse methoden om ’t haarzakje te verwijderen.
Cornea dystrophie Komt bij de amie zelden voor. Een klein wit vlekje in het centrum van het hoornvlies, waarbij cholesterol neerslagen in het hoornvlies komen te zitten, meestal oppervlakkig. Dit is een voedingskwestie, waarbij de cholesterol niet goed opgelost wordt. Huskies hebben er veel last van. ’t Leidt tot verslechterd zicht. De aandoening is te beïnvloeden met voeding, voeding met een laag vetpercentage heeft de voorkeur (6 tot 10% ruw vet).
Glaucoom Afwijking die ziet op verhoogde druk in het oog. Dit is bij de Amerikaan primair een erfelijke aandoening. De voorste oogkamer, tussen de iris, het regenboogvlies en het hoornvlies, is gevuld met water. Dat wordt constant aangemaakt en dit moet ook constant afgevoerd worden. Het verschijnsel dat water er niet uit kan omdat de afvoergaatjes dicht zitten, heet ligamentum pectinatum abnormaliteit. Bij de Amerikaan komt dit minder vaak voor. Bij de Amerikaan zijn vaker de afvoergaatjes en de ruimte daarbij geheel afgesloten. Er ontstaat een blauwachtige gloed in het hoorvlies. De pupil blijft wijd open staan. De bloedvaatjes in het bindvlies worden dikker. De druk kan erg hoog oplopen, wat uiteindelijk een ernstige degeneratie van het netvlies kan veroorzaken. Er is helaas aan deze aandoening weinig te doen, er zijn weinig goede therapieën, vaak eindigt dit met het verlies van het oog. Het is een erg pijnlijke aandoening voor de hond. Er bestaat medicatie om de hoeveelheid water te verlagen. Eventueel kan een deel van het oog aan de binnenkant, waar het water geproduceerd wordt, kapot gelaserd worden. Dit levert verbetering op maar de aandoening kan toch weer terugkomen. De frequentie van de aandoening bij de amies lijkt langzamerhand terug te lopen.
Cataract Grauwe staar of cataract: er ontstaan witte plekken . Uiteindelijk wordt de lens helemaal wit, de hond ziet dan nog wel het verschil tussen licht en donker maar geen beeld meer. Meestal is suikerziekte (diabetes mellitus) of een erfelijke afwijking de oorzaak. Honden met diabetes krijgen allemaal cataract, het is noodzaak om ze zo vroeg mogelijk hierop te laten controleren.
Sclerose: Veroudering van de kern van de lens, veroorzaakt blauwachtige gloed.
Retina dysplasie Er ontstaan plooitjes in het netvlies. Een ernstiger vorm is dat een deel van het netvlies los laat.
|